De bodemopbouw in Nederland wordt onderverdeeld in verschillende watervoerende pakketten (aquifers). In veel gevallen worden deze zandpakketten gescheiden door kleilagen. Op deze manier ontstaan er verschillende watervoerende pakketten die door kleilagen van elkaar gescheiden blijven.

 

 

 

 

 

 

 

Tijdens het realiseren van gesloten bodemenergiesystemen worden deze kleilagen doorboord. Om te voorkomen dat ondiep grondwater met dieper grondwater wordt gemengd en dat eventuele verontreinigingen niet verder verspreidt kunnen worden, is het belangrijk dat de boorgaten op een juiste manier worden afgedicht. Daarnaast zorgt het zorgvuldig afdichten van boorgaten ook voor de stabiliteit van de bodem en voorkomt het zettingen. Het afdichten van het boorgat dient te gebeuren conform de BRL 2100 protocol 2101 ‘mechanisch boren’, zoals afgebeeld in het figuur met bijlage 4.

Om deze reden mogen gesloten bodemenergiesystemen alleen geboord worden door erkende gecertificeerde boorfirma’s.

Na het inbouwen van de bodemwarmtewisselaar, zal een boorbedrijf dus beginnen met het aanvullen van een boorgat. Conform de eisen moet het materiaal waarmee de boorgaten worden aangevuld een aantal criteria voldoen, zoals de doorlatendheid, geleidbaarheid en vorstbestendigheid.

Voor het aanvullen van de boorgaten kunnen verschillende methodes worden toegepast:

  1. Vaste materialen storten met stortkoker

Voor het aanvullen van een boorgat met vaste materialen worden kleikorrels, zand en grind gebruikt. In dit geval worden de afdichtende kleilagen conform de regels afgedicht met kleikorrels en de overige lagen worden aangevuld met het grind en zand. Doordat een boorgat relatief klein is moet er zorgvuldig gewerkt worden met een stortkoker, zodat het aanvulmateriaal op de gewenste diepte komt en er geen verstoppingen ontstaan. Voordeel van deze techniek is dat grind en zand een beter warmtegeleidingsvermogen heeft dan klei en dat de grondwaterstroming weinig weerstand krijgt van het grind. Hierdoor wordt de grondwatertemperatuur om de lus sneller ververst wat gunstig is voor het bodemenergiesysteem.

  1. Grouten

Een andere manier die veelvuldig gebruikt wordt, is het aanvullen van boorgaten met behulp van grout. Dit is een mengsel bestaande uit bentoniet (kleimineraal) en cement dat met behulp van water vloeibaar wordt gemaakt. Hierdoor is het eenvoudig en snel verwerkbaar om vervolgens het grout op een redelijk eenvoudige manier in het boorgat aan te vullen. Dit dient altijd van onderaf aangevuld te worden met een leiding tot onderin het boorgat. Groot voordeel van deze methode is dat, nadat het grout is uitgehard, het hele boorgat is afgedicht en daarmee alle scheidende lagen. Daarentegen is de geleidbaarheid van grout t.o.v. zand het grind zeer laag, wat nadelig is voor het rendement van het gesloten bodemenergiesysteem.

Afgelopen jaar is er door de Inspectie van Leefomgeving en Transport (ILT) tijdens handhaving vastgesteld dat de afdichtende lagen tijdens het aanvullen van boorgaten voor gesloten bodemenergiesystemen niet voldoende werden afgedicht. Dit is voor veel boorbedrijven een reden geweest om over te stappen op het volledig grouten van boorgaten. Daarnaast is er ook vanuit de branche veel extra aandacht voor dit thema, zodat een goede kwaliteit van gesloten bodemenergiesystemen gewaarborgd blijft en er op een duurzame manier gebruik van de bodem gemaakt wordt.

——–

Raadpleeg daarom altijd hoe uw booraannemer de boorgaten afdicht en met welk materiaal is gerekend in de EED-berekening. En mocht uw project zich bovenop een zeer kleiige ondergrond bevinden, controleer dan ook of dit is opgenomen in de berekening.