In het stadscentrum Hoofddorp staat een groot aantal nieuwbouwontwikkelingen gepland. Gemeente Haarlemmermeer heeft zichzelf een aantal kritische vragen gesteld toen zij de inzet van bodemenergie zag toenemen. Een belangrijke vraag n deze was of de vraag afgedekt kan worden met bodemenergie? En hoe past bodemenergie in de energietransitie puzzel van de Gemeente?

(auteur: Paul Zwetslood)

Want hoe groot is dat puzzelstuk? Welk deel van de gebouwde omgeving kan een gemeente met bodemenergie van warmte (en koeling) voorzien? Wat is de bodempotentie? Wat betekent grootschalige inzet van bodemenergie voor de bodem? Welke risico’s kleven er aan de inzet van bodemenergie en hoe brengen we die risico’s in beeld?

Als bodemenergie grootschalig zou kunnen worden ingezet, hoe organiseer je dat dan? Moet dat dan collectief of is individuele toepassing beter?

Wat betekent “balanceren van de bodem” eigenlijk? En hoe doe je dat?

Hoe kan je als gemeente regie voeren op de inzet van bodemenergie en welke beleidstools kan je daarbij inzetten? En hoe past dat met de invoering van de omgevingswet?

Nieuwbouwontwikkelingen stadscentrum Hoofddorp

In het stadscentrum Hoofddorp staat een groot aantal nieuwbouwontwikkelingen gepland. Om te garanderen dat alle ontwikkelingen plaats kunnen vinden én gebruik kunnen maken van bodemenergie, is door de gemeente Haarlemmermeer een uitvraag gedaan om een bodemenergieplan op te stellen.

VHGM heeft deze uitvraag gewonnen en heeft de analyse uitgevoerd en de risico’s in kaart gebracht. De juridische en  ruimtelijke belangen, geohydrologische aspecten en de ontwikkelingen in het gebied zijn in kaart gebracht. Op basis van deze gegevens is in overeenstemming met de gemeente Haarlemmermeer, de provincie Noord-Holland en de omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied een indeling van het stadscentrum Hoofdorp met beleidsregels opgesteld.

“afbeelding van de warmte en koude uitstraling van de bronnen.”

In theorie zou de bodem ruimschoots kunnen voldoen aan de benodigde capaciteit zoals deze nu bekend is. De ligging in het stadscentrum bestaat een gebied met veelal smalle straten, parkeergarages, en zeer beperkte ruimte om bodemenergie boringen te kunnen realiseren. Daarnaast is een aantal bodemenergiesystemen reeds aangelegd in de wijk en zullen de nieuwe ontwikkelingen ook zeer weinig ruimte op eigen terrein beschikbaar hebben. Dit zorgt voor een grote druk op de publieke ruimte.

Beperken van risico’s bij de aanleg van de systemen

In combinatie met de risico’s met betrekking tot de ligging in een polder is een sturing op basis van collectiviteit de meest efficiënte manier om de inzet van de bodem energie zo goed mogelijk te benutten. Op deze manier kan het aantal boringen in de openbare ruimte worden geminimaliseerd. Hierbij worden de risico’s bij de aanleg van de systemen beperkt en kan warmte en koude uitgewisseld worden tussen de gebouwen en externe warmtebronnen. Op deze wijze kan effectief gebruik gemaakt worden van de publieke ruimte, de bodem en de energiebronnen.

Het ontwerp gaat daarbij van een tweetal verschillende openbronsystemen uit. Met de inzet van deze clustergebieden waarbij “monobronnen” worden ingezet in een specifiek deel van het winkelcentrumgebied en wordt het overige gedeelte bij het station voorzien in doublet bronnen. Deze keuze is mogelijk doordat de ondergrond voldoende doorlatend is om relatief hoge capaciteit monobronnen te plaatsen.

Het geheel kan worden gevat in het afroepen van een interferentiegebied voor het stadscentrum. Bij het vaststellen van een interferentiegebied worden aanvullende beleidsregels opgesteld. Hiermee wordt sturing op inzet volgens dit plan georganiseerd. Projectontwikkelaars, woningcorporaties en andere belanghebbenden dienen hierdoor rekening te houden met dit plan.

De politiek van de gemeente zal zich de komende tijd hierover buigen en haar keuze daarin maken. VHGM zal indien gevraagd ondersteuning bieden in de vragen die hieruit voortvloeien, zodat de puzzelstukken rondom de energietransitie binnen de gemeente solide op elkaar kunnen gaan aansluiten.