Omgevingsvisie en Omgevingsplan Energiestrategie

In 2021 kunnen de gemeenten dan hun gemeentelijke warmteplannen vaststellen. De gedachte hierachter is dat de regionale energiestrategieën en warmteplannen een onderdeel kunnen vormen van de Omgevingsplannen.

Veel gemeenten en provincies hebben de visie om de CO2-uitstoot te verminderen. Energieneutraal, klimaatneutraal of CO2-arm zijn slechts een greep uit de vele begrippen die gebruikt worden voor de visie: “klimaatverandering tegengaan door de CO2-uitstoot te verminderen”

Al deze begrippen leiden tot het doel Energietransitie: “De overgang van het gebruik van fossiele energiebronnen naar duurzame energiebronnen”.

Thema Energietransitie

Om aan de slag te gaan met Omgevingsplannen is er een stappenplan opgesteld door VNG, IPO, UvW en het Rijk. In staalkaarten zijn vervolgens een aantal onderwerpen uitgewerkt. Een van deze onderwerpen is Energietransitie.

De energietransitie is een van de grootste opgaven in Nederland en heeft grote impact op de fysieke leefomgeving. Een uitgebreid stappenplan kan via deze site worden gevonden.

Stap 1 Huidige regelgeving en ambities

Klimaatakkoord

De omgevingsvisie is erop gericht om zoveel mogelijk aan te sluiten op lopende trajecten. Voor de energietransitie is het Klimaatakkoord leidend.

De belangrijkste uitgangspunten in het Klimaatakkoord zijn:

  • Reduceren CO2-uitstoot met 49% in 2030 t.o.v. 1990
  • Reduceren CO2-uitstoot met minimaal 95% in 2050 t.o.v. 1990

De Nederlandse overheid heeft vervolgens in de Energieagenda twee globale doelen geformuleerd:

  • Het beperken van de vraag naar energie
  • Het verduurzamen van het aanbod van energie

Aan vijf tafels worden hiervoor afspraken gemaakt: industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit, landbouw en landgebruik, en elektriciteit.

 

Stap 2 Rol van de gemeente

Om de energietransitie te realiseren, is lokaal draagvlak en samenwerking tussen overheden, burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties van groot belang. Beleidsinstrumenten die een gemeente kan gebruiken, kunnen van  juridische, financiële, communicatieve en faciliterende aard zijn. De gemeente bepaalt zelf welke rol zij wil spelen.

Stap 3 Welke kaders zijn er?

Er kunnen twee kaders worden gedefinieerd binnen de energietransitie.

  • Het Omgevingsplan
  • Enkele kaders voor de energietransitie

Het motto van het Omgevingsplan kan samengevat worden als “ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit”.

Het programma Aan de slag met de Omgevingswet heeft de beleidscyclus opgesteld, zie figuur bovenaan.

Klimaatakkoord en Regionale energiestrategie

Zoals eerder beschreven is in het Klimaatakkoord afgesproken om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Onderdeel hiervan is de Regionale Energiestrategie, waarin de regionale energieopgave is beschreven (Aan de slag met de Omgevingswet).

Het doel van de Regionale Energiestrategie is: Afschaffen van aardgas en de omschakeling naar duurzame energievoorziening door bijvoorbeeld nieuwe woningen niet meer op het gasnet aansluiten en ervoor te zorgen dat bestaande woningen binnen 30 jaar geen aardgas meer verbruiken.

In de Regionale Energiestrategie worden daarom afspraken opgenomen over:

  • Energiebesparing en warmtevoorziening
  • Opwekking elektriciteit en infrastructuur

Voor de omgevingsvisie betekent dit dat er strategische keuzes gemaakt moeten worden voor de vermindering van broeikasgassen op het grondgebied van de provincie en de gemeente.

Warmtetransitieplan

Naast de RES krijgen gemeenten de taak om voor 2021 een Warmtetransitieplan op te stellen. Hierin moet per wijk worden aangegeven welke alternatieve warmtevoorziening in een gebied wordt verwacht en wanneer deze gerealiseerd gaat worden. Met behulp van dit Warmtetransitieplan kan richting worden gegeven aan het beleid en geeft het een handelingsperspectief voor bewoners en andere partijen.

De Regionale Energiestrategieën en Warmteplannen kunnen zo een onderdeel vormen van de Omgevingsplannen.

BENG

Vanaf 2020 moet alle nieuwbouw voldoen aan de eisen uit de BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen). Deze wetgeving is van belang voor het berekenen van de energietransitie, doordat op deze manier de energiebehoefte lager wordt, er minder fossiel energieverbruik is en er meer hernieuwbare energie wordt gebruikt.

Stap 4 Integrale gebiedsomschrijving

In de vierde stap moet worden gekeken hoe de energietransitie toegepast kan worden in een bepaald gebied. Doordat iedere wijk verschillend is, kunnen niet alle oplossingen voor het opwekken van energie/warmte in iedere wijk worden toegepast. In sommige wijken zal bijvoorbeeld eerst geïsoleerd moeten worden, terwijl in andere wijken een bodemenergiesysteem geschikt kan zijn.

Vesta MAIS

Een tool dat is opgezet door het Planbureau van de Leefomgeving is Vesta MAIS. Dit is een ruimtelijk energiemodel waarmee het energiegebruik en de CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving en glastuinbouw inzichtelijk wordt gemaakt voor de periode tot 2050.

Daarnaast geeft het programma weer wat de potentie is om wijken/gebouwen te verduurzamen en wat de kosten van deze maatregelen zijn. Hierbij wordt dus in kaart gebracht wat de effecten op de vermeden CO2-uitstoot, energiegebruik, investeringskosten en financiële opbrengsten van actoren zijn.

Stap 5 Werkingsgebied

Voordat er regels opgesteld kunnen worden, moet er een werkingsgebied bepaald worden. Dit is van belang, omdat sommige opgaven lokaal kunnen worden behaald en andere juist gemeentebreed spelen. Hier moet de regelgeving op aangepast worden.

Stap 6 Keuzemenu regels

Op basis van de Staalkaart Energietransitie is een keuzemenu opgesteld dat doorlopen kan worden om regels op te stellen in het Omgevingsplan:

  1. Begrippen
  2. Omgevingswaarden
  3. Functies met bijbehorende activiteiten
  4. Overige activiteiten in de leefomgeving

Stap 7 Concrete regels

De gemaakte keuzes in stap 1 tot en met 6 leiden uiteindelijk tot de daadwerkelijke formulering van concrete ontwerpregels.